 Op de 22ste zitting, donderdag 29 oktober, van het 8 decemberproces in Suriname worden vijf Nederlanders als getuige gehoord. Onder hen de zus van milititair Surendre Rambocus, voormalig Tweede kamerlid voor het CDA en juriste Nirmala Rambocus. Zij toont foto's van de begrafenis van haar broer waarop te zien is dat er duizenden mensen op af waren gekomen om hem de laatste eer te bewijzen. Hij werd 13 december 1982 begraven op begraafplaats Sarwa Oedai.
Desi Bouterse had Surendre Rambocus gezegd dat deze staatsgevaarlijk was en Suriname moest verlaten. Op aandringen van de familie vertrok Rambocus met tegenzin op 27 december 1980 naar Nederland. Omdat hij zich meer thuis voelde in Suriname keerde hij in het voorjaar van 1981 weer terug. Rambocus deed in maart 1982 een mislukte couppoging en werd daarop opgesloten. Na de moordpartij op 8 december kreeg de familie te horen dat hij neergeschoten was omdat hij vluchtte. Nirmala zegt dat zij toen al wisten dat hij vermoord was. Hij had al eerder gezegd dat mocht hij dood gevonden worden, dat Bouterse hem zou hebben vermoord.
De getuigenissen brengen alle beelden die de nabestaanden hebben weer tot leven. Nirmala Rambocus vertelt bijna huilend dat zij destijds veel van de verminkte lichamen van de doden in het mortuarium heeft herkend. Bouterse was zelf niet aanwezig bij het proces. Hij heeft de Mexicaanse griep, verklaarde zijn advocaat Erwin Kanhai desgevraagd aan de rechter.
(30-10-09)
Reageer
|