Holi, de kracht van vernieuwing
Op het Noordelijk halfrond valt het Holifeest samen met het begin
van de lente. Met de komst van de lente ontwaakt de natuur uit haar
winterslaap. Struiken en bomen krijgen knoppen en bladeren en bollen lopen uit.
Dieren ontwaken uit hun winterslaap, verlaten hun onderkomen en gaan op zoek
naar voedsel. Binnen enkele weken is de natuur een mengeling van kleur, geur en
leven. De zon speelt in dit ontwaken een elementaire rol.
Terwijl de natuur zich ontplooit houden de mensen een grote schoonmaak. Bomen
en struiken worden gesnoeid, oude takken verwijderd, tuin en akker bewerkt. In
de laatste weken van februari en de eerste weken van maart verzamelt men dit
materiaal op een centrale plek. Enkele weken voor holi plant men een tak van de
ricinusplant in de grond, waarna al eht materiaal opgehoopt wordt tot een
brandstapel. Dit wordt het planten van de holika genoemd. Op de vooravond van
het Holifeest wordt de holika verbrand (Holika-dahan.)
De dag na de verbranding gaat men zich opfrissen en trekt bij voorkeur nieuwe
kleren aan. Vervolgens trekken feestvierders zingend van huis tot huis en
begroeten elkaar uitbundig. Eventuele ruzies en twisten worden bijgelegd. Alle
maatschappelijke banden en taboes worden overboord gegooid, zonder
dat men losbandig wordt. Gedurende dit feest, dat tot de eerstkomende dinsdag
(grijze dinsdag) duurt, kent men geen onderscheid in rang, stand, arm of rijk,
werknemer of werkgever. Er worden onderling vele grappen gemaakt, er wordt
gelachen en gezongen. Onderdrukte frustraties krijgen de
gelegenheid om op deze wijze geventileerd te worden. Tijdens het feesten
besprenkelt men elkaar met kleur- en geurstoffen en bestrooit elkaar met
poeder, confetti en dergelijke. De liederen die tijdens holi worden gezongen
heten chautals. Deze hebben vaak een dubbele betekenis, waarin erotische
toespelingen niet ontbreken. Holi heeft duidelijk het karakter van een
uitbundig feest. Naast dit uitbundige karakter steekt er ook een diepere
symboliek achter.As symboliseert de dood, maar tegelijkertijd ook het begin van
nieuw leven. Door elkaar met as van de Holika-dahan te bestrooien ontstaat het
besef van de vergankelijkheid der dingen, het besef van
eenheid en lotsverbondenheid. De rode kleurstof symboliseert de overwinning van
het goede op het kwade en het groene staat voor hoop en vertrouwen in de
toekomst. Holi herinnert de mens eraan dat hij niet alleen is. Dat hij deel
uitmaakt van de maatschappij, dat hij deel uitmaakt van de universele
broederschap der wezens en dat hij vreugde en leed kan delen met anderen.
De bekendste vertelling over Holi is die van prins Prahalad. Zij vader, koning
Hiranjakashup, waande zich onsterfelijk en door hoogmoed gedreven gebood hij de
bevolking hem te aanbidden. Zijn zoon Prahalad weigerde echter en bleef
godvruchtig. De koning kon dit niet verdragen en gelastte uiteindelijk zijn
dood.Maar Vishnu beschermde hem en zo bleven alle pogingen van de koning
vruchteloos. Holika, de zuster van de koning, bezat een onbrandbaar kleed
waarin zij kon overleven in vuur. Zij stelde voor om samen met Prahalad op de
branstapel plaats te nemen die tijdens Holi ontstoken wordt, waardoor de prins
zou omkomen en zij gespaard zal blijven. De prins werd echter door God
beschermd terwijl Holika tot as verbrandde. Uiteindelijk verscheen Vishnu
tijdens de schemering in de gedaante van een mens-leeuw (Narsingh) en doodde de
koning met zijn klauwen. Het volk werd hierdoor van een tiran
bevrijd. Een diepere betekenis van deze vertelling is dat de natuur zich tracht
te ontworstelen uit de greep van de winter. Overal komt schoorvoetend nieuw
leven te voorschijn. Werd het leven tijdens de wintermaanden niet op vele
manieren bedreigd, net als dat van Prahalad? Hij staat voor het jonge
leven dat de winter heeft weten te trotseren. De rol van Vishnu als het
beschermende aspect van God komt nergens beter tot uiting dan juist in deze
periode van het jaar. Holi is dan ook gewijd aan Vishnu. Het feest begint met
as en aarde, maar eindigt met geur, kleur en uiteindelijk bezinning.
Ir K.J. Jankipersad
Bron: OHM-Vani, 1998