|
Terug
naar India of blijven?
In wezen was
het systeem van contractarbeid een verkapte
vorm van slavernij. De arbeiders werden voor
een periode van vijf jaar onder erbarmelijke
omstandigheden tewerk gesteld op de plantages.
Er waren ontoereikende medische voorzieningen,
een karig loon, barakken om in te wonen en een
tekort aan vrouwen uit de eigen groep. Na beëindiging
van het contract konden ze kiezen voor verlenging
of voor terugkeer naar India.
De nare ervaringen van de heenreis op de boot
waren voor velen niet echt voor herhaling vatbaar.
Tijdens de overtochten braken namelijk ziektes
uit en gezien de weinige medische voorzieningen,
kregen niet alle opvarenden de haven van Paramaribo
uiteindelijk te zien. Heel wat mensen stierven
aan boord tijdens de overtocht. Ongeveer tweederde
van de Brits-Indiërs of Hindoestanen kozen
dan ook voor Suriname, gezien de ‘voordelen’
die aan een eventueel permanent verblijf waren
verbonden: land in eigendom of in pacht en een
geldbedrag van honderd gulden voor eigen onderhoud.
Ongeveer tweederde van de Brits-Indiërs
of Hindoestanen zijn na afloop van hun contract
in Suriname gebleven.

In de beginfase
van hun bestaan in Suriname leefden de contractarbeiders
gescheiden van de Europese en Creoolse bevolkingsgroepen.
Het feit dat ze nog niet gewend waren aan hun
nieuwe omgeving samen met de vijandelijke houding
van de ex-slaven naar hun toe, zorgde voor een
isolementspositie. Maar tegelijkertijd zorgde
dit ook voor een sterke groepscohesie.
Enkele andere factoren die ook hieraan ten grondslag
lagen, waren de lage maatschappelijke status
die werd toegekend aan het werken op de plantages,
de juridisch geïsoleerde positie van deze
groep arbeiders in Suriname (er was speciale
wetgeving voor deze contractarbeiders), de gemeenschappelijke
erfenis van taal, religie en gewoontes en het
negatieve beeld dat andere groepen van de nieuwkomers
hadden.
|