Dinsdag 5 januari 2010
Door: Parama Bhakti dasi
'Laat er licht zijn’. En toen was er licht. Het beviel God en Hij maakte een duidelijke scheiding tussen het licht en het donker. (Genesis 1:3)
Binnen alle religies staat het licht tegenover het donker als het goede tegenover het kwade en het leven tegenover de dood. Overgave, genade, mededogen, naastenliefde, geweldloosheid, waarheidlievendheid, opofferingsgezindheid en toewijding worden binnen elke religie prijzenswaardige kwaliteiten genoemd. De verschillende religieuze feestdagen: Divali, Sint Maarten, Thanksgiving, het Offerfeest, Chanoeka, het Sinterklaasfeest en natuurlijk het Kerstfeest sporen ons aan deze kwaliteiten te ontwikkelen.
Ahimsa, geweldloosheid, neemt binnen de Vedische geschriften een prominente plek in. Eerbied voor het leven betekent niet alleen eerbied voor het menselijk leven maar voor alle levende wezens, aangezien er van uit wordt gegaan dat alle levende wezens is essentie atma, ziel, zijn.
Ik vind het altijd heel belangrijk om aandacht te besteden aan de essentie van de feestdagen die wij vieren, zowel binnen onze eigen Vaisnava traditie alsook daarbuiten. Thuis praten wij ook met de kinderen over andere godsdiensten en vertellen we wat de betekenis van de belangrijkste hoogtijdagen binnen de verschillende tradities is. Helaas worden veel van deze feestdagen overschaduwd door enorm veel leed, dierenleed.
Zo wat is nu juist of onjuist handelen?. Daarvoor kunnen we op zoek gaan binnen de dharma-stastras, de geschriften die dharma beschrijven. Dharma betekent zoveel als de oorspronkelijke functie van iets/iemand. Het is de oorspronkelijke functie van de ziel dat zij de dienaar is van de Allerhoogste. In het Manu-smriti, het wetboek van Manu maar ook in de Bhagavad-gita, een deel van het Mahabharata, in het Ramayana, het Bhagavatam en de Puranas wordt ons het antwoord op deze dringende vraag gegeven.
Met name in het Bhagavata Purana (Bhagavatam 1.17.24) wordt duidelijk beschreven wat de vier pilaren van dharma precies zijn en hoe juist te handelen:
Genade (geweld afzweren, geen vlees/vis eten)
Onthechting/zinsbeteugeling (geen intoxicaties nemen: drugs/alcohol)
Waarheidlievendheid (niet gokken en/of speculeren)
Zuiverheid (afzweren van sex buiten het huwelijk)
Het gebrek aan mededogen, aan genade is duidelijk verbonden met het eten van vlees en daarom wordt het ook sterk afgeraden.
In deze tijd van 'global warming’ etc. wordt het steeds duidelijker hoeveel geweld wij mensen, Vraja-bhumi, moeder aarde sowieso eigenlijk aandoen. Mits je een Eskimo bent is er werkelijk geen reden om vlees te blijven eten. Enorme hoeveelheden bos worden er jaarlijks gekapt om er landbouwgrond van te maken en/of er dieren
(met name koeien) te laten grazen voor de vleesindustrie. Niemand zou honger hoeven lijden in deze wereld. Om één kilo vlees te produceren is zes kilo graan nodig! Wanneer alle Amerikanen een dag geen vlees zouden eten wordt er zoveel energie bespaard dat gelijk staat aan negentig miljoen vliegtuigtickets van New-York naar Los-Angeles. Van alle dieren die er geproduceerd worden voor de vleesconsumptie wordt de kip het slechts behandeld van allemaal. Zo zijn er vele, ethische, ecologische, economische en dharmische redenen aan te voeren om met het eten van vlees te stoppen. Uiteindelijk moeten we allemaal tot een gewetensvolle beslissing komen en zien in hoeverre ons handelen de ontwikkeling van Goddelijke liefde, zoals die binnen alle geschriften wordt aangemoedigd, ons al dan niet in de weg zal staan.
Haribol. Gelukkig nieuwjaar!
>>
Reageer