Waarheid zonder weg: Jiddu Krishnamurti

De voorzitster van de Theosofische Vereniging, Annie Besant, en haar medewerker Charles Leadbeater, zagen in de jonge Krishnamurti de aanleg voor een toekomstig wereldleraar en voedden hem in die richting op. Eerst in India, later in Engeland. Daarmee kwam een einde aan Krishnamurti’s
jeugd en opvoeding tot Hindoe. Er werd een speciale organisatie rond hem opgericht, de Orde van de Ster in het Oosten. Die won al snel wereldwijd vele leden, die zich voorbereidden op de komst van de wereldleraar. Vanaf 1921 sprak Krishnamurti regelmatig op Sterbijeenkomsten in allerlei landen, ook in
Nederland. Het Europese hoofdkwartier van de Orde van de Ster werd in 1924 in Nederland gevestigd, in Eerde, bij Ommen, op een kasteel en landgoed dat door de kasteelheer met dat doel aan Krishnamurti was geschonken. Daar vonden sindsdien jaarlijks de zogenaamde Sterkampen plaats, waar duizenden, overal vandaan, naar Krishnamurti kwamen luisteren. Maar in 1929 hief Krishnamurti de Orde van de Ster op, omdat hij elke vorm van organisatie belemmerend vond voor de geestelijke vrijheid waartoe hij de mensheid opriep. De kampen gingen door, bleven ook Sterkampen heten, maar de banden met de Theosofische Vereniging werden verbroken. Krishnamurti was nergens meer aan gebonden, wilde ook niemand aan
zich binden en riep op tot vrijheid en verantwoordelijkheid, los van elk geestelijk gezag. In 1939 maakte de oorlogsdreiging een einde aan de Sterkampen, maar het werk van Krishnamurti ging door op allerlei plaatsen in de wereld, na de oorlog ook weer in Nederland, al was het niet meer in Ommen.

Krishnamurti’s meest geciteerde uitspraak is: “Waarheid is een land zonder een weg erheen.” Met zijn toespraken tot vele duizenden, overal op de wereld, beoogde hij mensen te bevrijden van de geestelijke bindingen die zij zichzelf hebben opgelegd. Hoewel hij in India geboren was, beschouwde
hij zich niet als Indiër: nationaliteitsbesef was  hem vreemd. Zijn leven lang heeft hij de wereld voorgehouden dat gevoelens van nationalisme een bron voor oorlogen vormen. Hij zette zich af tegen alle gevestigde tradities, ook tegen die van het Hindoeïsme. “Waarom willen mensen krukken”, vroeg
hij in 1969, in een gesprek met Swami Venkatesananda, “waarom willen ze van anderen afhankelijk zijn, of dat nu Jezus of Boeddha of de oude heiligen zijn – waarom?” En hij voegde er aan toe: “Gezag heeft voor mij niemand – niet Shankara, niet Krishna, niet Patanjali, niemand – ik sta volledig alleen”.
Aan het begin van de jaren zeventig kwam Krishnamurti in gesprek met een aantal wetenschappers die door zijn ideeën waren geboeid. Onder hen waren psychologen, fysici, neurologen en biologen, mensen als David Bohm, Jonas Salk en Rupert Sheldrake. Maar ook politici, als Indira Gandhi, geestelijken, filosofen en auteurs zochten het gesprek met hem. Dit waren de jaren waarin hij sprak over holisme en over de ingrijpende verandering die de computer in het leven van de mens zou brengen. In deze periode verschenen zijn meest geciteerde boeken. Vooral die waarin zijn gesprekken met de fysicus Dr. David Bohm werden opgetekend, zouden in brede kring de aandacht trekken.
De ‘boodschap’ van Krishnamurti voor de dagelijkse levens praktijk is vooral: wees zelfstandig, leef in geestelijke vrijheid, wees geen volgeling van wie dan ook, ook niet van mij, besef je verantwoordelijkheid voor elkaar, leef met aandacht. Hij geeft zijn toehoorders geen receptenboek voor het leven, maar houdt ze een spiegel voor, waarin ze zichzelf kunnen zien zoals ze werkelijk zijn – hebzuchtig, eerzuchtig, afhankelijk, egocentrisch, enzovoort. Zo kunnen ze beseffen dat er een radicale verandering nodig is om de conflicten in het menselijk bestaan tot een oplossing te brengen. Hij roept op tot een geestelijke revolutie, volgens hem de enige zinvolle vorm van revolutie. Hij spoort aan tot aandacht, tot zien hoe ons denken langs door anderen bepaalde lijnen verloopt. Vrij zijn van alles wat ons geestelijk beperkt en onderling verdeeld houdt. Vrij zijn van tradities, gewoonten, en van het idee ergens bij te moeten horen. Zelfstandig, in verantwoordelijkheid leven, je niet vereenzelvigen met een land, een ras, een klasse, een ideaal  of een ideologie en kinderen al jong in die richting opvoeden; met dat doel heeft Krishnamurti een aantal ook nu nog florerende scholen gesticht, in India,
Engeland en de Verenigde Staten. De klassen zijn er klein, twaalf leerlingen is het maximum, een minimum is er niet. Er worden geen cijfers gegeven, onderlinge wedijver wordt niet aangemoedigd. Er worden geen straffen of beloningen gegeven. Leren is jezelf leren kennen door naar anderen te
luisteren. Leraar en leerling leren van elkaar.

Krishnamurti is 90 geworden en overleed begin 1986. Hij heeft tot het laatst toe voor volle zalen toespraken gehouden. Meer dan 35 boeken van hem zijn in Nederlandse vertaling verschenen. Veel toespraken en discussies uit zijn laatste levensperiode zijn op videoband vastgelegd. In diverse plaatsen in Nederland organiseren Krishnamurti Informatiecentra video vertoningen. En in de Athenaeumbibliotheek in Deventer is een Krishnamurti Documentatie en Studie Centrum gevestigd, dat door de Stichting Krishnamurti Nederland wordt beheerd.

Bron:
Waarheid zonder weg – 100 jaar Krishnamurti, uitg. Mirananda, 1995

Delen via:
comments powered by Disqus